Joe Cocker

Joe Cocker · Joe Cocker ([Live])
Joe Cocker · In Concert In Baden-Baden Germany 1996
 

(John Robert) Joe Cocker (Sheffield, 20 mei 1944 – Crawford (Colorado), 22 december 2014) was een Engelse blueszanger. Cocker zat al in kleine bands in zijn geboortestad Sheffield toen hij vijftien jaar oud was. Hij verscheen voor het eerst op de Amerikaanse televisie in 1969, in de Ed Sullivan Show. I'll Cry Instead, Cockers eerste single, was een cover van The Beatles. Hij had een eerste bescheiden hitje in Engeland in 1968 met Marjorine. Zijn eerste grote hit, zijn tweede Beatlescover, verscheen in het najaar van 1968: With a Little Help from My Friends, een eigen versie van een van de nummers op het conceptalbum Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Kort daarna, in de zomer van 1969, deed zijn verschijning op de Woodstock Music & Art Fair zijn populariteit nog verder stijgen. Andere vroege hits, uit het begin van de jaren zeventig, waren Cry me a river, High time we went en Feeling Alright. In die periode begonnen zijn problemen met drugs en alcohol, maar hij maakte een comeback in de jaren tachtig. Hij had grote hits met You are so beautiful, Up where we belong en Unchain my heart, waardoor hij een nieuw publiek aan zich bond. Cocker coverde meer liedjes, bekend werden onder andere zijn versies van The Letter (van The Box Tops), van Feelin' Alright (van Traffic) en van Summer in the City (van The Lovin' Spoonful). Hij blies ook nieuw leven in het Randy Newman-liedje You Can Leave Your Hat On, dat werd gebruikt in de erotische film 9½ Weeks. Hij was beroemd om zijn opvallende, rauwe stemgeluid en een spastische gestiek. Mad Dogs & Englishmen is een dubbel livealbum van Joe Cocker. Dit album is opgenomen tijdens een Amerikaanse tournee die plaatsvond in het voorjaar van 1970. De titel is ontleend aan de gevleugelde uitdrukking "Mad dogs and Englishmen go out in the midday sun" en het gelijknamige nummer van Noël Coward. Joe Cocker vernam op 12 maart 1970 van zijn management dat hij op 20 maart zou starten met een Amerikaanse tournee. In die korte periode moest hij een uitgebreide begeleidingsband samenstellen. Dit lukte hem samen met Leon Russell, die zich ontpopte als de muzikaal leider van de band. Deze bestond uit ruim twintig muzikanten, bestaande uit een tienkoppig koor, meerdere drummers en percussionisten en een blazerssectie. Cocker heeft altijd het meeste succes gehad met covers van zeer uiteenlopende artiesten. Op deze plaat staan zowel covers van rocksongs (onder anderen van The Beatles, The Rolling Stones en The Box Tops) als soulnummers (van Ray Charles, Otis Redding en Sam & Dave. Op dit album staan vier nummers die (in een studioversie) voorkomen op een van de twee voorafgaande albums van Joe Cocker: Bird on the wire (geschreven door Leonard Cohen), Feeling allright (van Dave Mason), She Came in Through the Bathroom Window (van John Lennon en Paul McCartney) en Delta Lady (van Leon Russell). De bandleden Leon Russell en Bonnie Bramlett hebben twee nummers aangeleverd voor dit album: Superstar en Give peace a chance. Superstar wordt gezongen door Joe Cocker samen met Rita Coolidge. De countryballad Girl from the north country is afkomstig van het album Nashville Skyline van Bob Dylan en wordt op dit album gezongen door Leon Russell en Joe Cocker. De soulballad I've been loving you too long staat op het album Otis Blue: Otis Redding sings soul uit 1965, en The letter is in 1967 een hit geweest van de Amerikaanse rockband The Box Tops. Dit album bevat een registratie van een aantal concerten die hebben plaatsgevonden in de Fillmore East, een concertzaal in New York. Deze zaal is maar een paar jaar open geweest (maart 1968-juni 1971) en er zijn veel artiesten die daar een album hebben opgenomen, waaronder The Allman Brothers Band, Grateful Dead, Jefferson Airplane, Frank Zappa, Neil Young en veel anderen. Cocker overleed 22 december 2014 op 70-jarige leeftijd in zijn huis, "The Mad Dog Ranch" in Colorado aan de gevolgen van longkanker.


website
HvD home