• Van Morrison, volledige naam Sir George Ivan Morrison (Bloomfield, Belfast, 31 augustus 1945) is een Noord-Ierse zanger en muzikant die deel uitmaakt van de zogenoemde Belfast Blues. Hij is zanger-tekstschrijver maar ook gitarist en soms speelt hij de harmonica of de saxofoon. Op 13 juni 2015 werd zijn verheffing in de Britse adelstand bekendgemaakt, zodat hij zich "Sir Van" mag laten noemen.Al vroeg in zijn jeugd komt hij veel met muziek in aanraking: zijn vader verzamelt Amerikaanse jazz en zijn moeder is zangeres. Op zijn 12e treedt Van Morrison toe tot de band Deannie Sands and the Javelins, twee jaar later volgen de R&B band The Monarchs, waarin hij de jazzsaxofonist is. Na een tijdje met The Monarchs getoerd te hebben, voegt Morrison zich eind 1963 bij de band the Gamblers, waarin ook gitarist Billy Harrison, bassist Alan Henderson, toetsenist Eric Wrixon en drummer Ronnie Millings speelden. In het voorjaar van 1964 vertrok de band naar Londen, waar een platencontract wordt getekend. De naam wordt bij die gelegenheid veranderd in Them, om verwarring met een andere groep The Gamblers te vermijden. De eerste single verschijnt in augustus 1964 (Don't start crying now) en blijft vrijwel onopgemerkt. Hierna volgt de tweede plaat Baby please don't go (december 1964), die na een aarzelend begin een top 10 hit wordt. Andere hits volgen Here comes the night en Gloria, een compositie van Morrison zelf. De band biedt de zanger aanvankelijk alle gelegenheid zich te ontplooien, maar door zijn uitgesproken karakter krijgt Morrison ook conflicten. Een daarvan leidt tot het vertrek van Harrison, terwijl ook andere leden van de groep een voor een opstappen. In een heel nieuwe bezetting, waarin alleen Henderson terugkeert, wordt de lp Them Again opgenomen, waarna Morrison in 1966 zelf uit de band stapt. De Amerikaanse producer van Them, Bert Berns ziet dan mogelijkheden voor een solocarriere en contracteerde hem voor zijn platenlabel Bang. Uit de eerste sessies hiervoor dateert ook een van Van Morissons bekendste nummers: Brown eyed girl. Het succes van dit nummer leidt er dan ook toe dat Bang direct ook Morrisons eerste soloalbum uitbrengt: Blowin' your mind! (1967). Na de dood van Berns treedt Morrison een jaar lang niet op. Met zijn nieuwe werk stapt hij over naar Warner Records, en in 1968 wordt het album Astral Weeks uitgebracht. Dit album wordt door velen gezien als zijn beste plaat. Met de musici met wie Morrison werkte (onder meer Miles Davis' bassist Richard Davis en Modern Jazz Quartet drummer Connie Kay) creeerde hij een unieke mengeling van blues, soul and gospel, zonder ooit tot de standaarduitingen van die stijlen te vervallen. De kritieken waren uitermate lovend, de verkoopcijfers echter bleven achter. Morrison verandert wat van stijl, zijn werk krijgt wat meer country-invloeden, wat terug te horen is op de albums Moondance (1970), His band and the street choir (1970) en Tupelo honey (1971). Van elk van deze albums kwamen ook succesvolle singles uit. De muziek van Van Morrison blijft zich ontwikkelen, eerst komen er wat soul-invloeden in Saint Dominic's preview (1973), later in de jaren zeventig wordt het meer de r&b (A period of transition, 1977). Tussen 1980 en 1983 woont Morrison in een flat in het Deense Vanlose met zijn vriendin Ulla Munch. In het album Beautiful Vision uit 1982 is het lied Vanlose Stairway een eerbetoon aan die tijd. Het nummer wordt onderdeel van het repertoire tijdens live-concerten. De jaren tachtig staan voor Morrison in het teken van het mysticisme. Het samengaan van liefde en religie is een steeds terugkerend thema in zijn teksten. Een speciaal experiment is de samenwerking met de The Chieftains in 1987: Van Morrison gaat op zoek naar de Ierse wortels van zijn muziek. Het resultaat is Irish heartbeat. Met het uitbrengen van zijn verzamelde hits in 1990 krijgt zijn carriere weer een zet, met als gevolg dat er in de jaren negentig tot aan nu toe nog steeds nieuwe muziek van Van Morrison uitkomt. In februari 1994 krijgt Van Morrison de BRIT Award voor zijn bijzondere bijdrage aan de muziek. Morrison blijft zich door ontwikkelen, het in 1998 uitgebrachte The philosopher's stone is een bijzondere compilatie van nog niet eerder uitgebracht materiaal. Back on top is eveneens een succes, en de enthousiaste inzet van zijn nieuwe platenmaatschappij (Virgin Records) maakt dat dit in jaren zijn commercieel gezien meest succesvolle album wordt. In 2003 wordt What's wrong with this picture? uitgebracht voor het jazzlabel Blue Note Records. Legendarisch is de afkeer die Van Morrison heeft van de pers en de critici. Zijn weelderige muziek lijkt rechtstreeks in tegenspraak met zijn kortaffe manieren, maar toch heeft hij samengewerkt met de meest uiteenlopende musici, van Tom Jones (voor wie hij een serie nummers schreef in 1991) en Cliff Richard (duet in 1989) tot B.B. King (duet in 1998) en Lonnie Donegan, The Band (in 1971 en 1976) en Cuby & the Blizzards in Nederland (1967).