Eric Clapton

 Eric Clapton (Ripley (Surrey), 30 maart 1945) is een Britse gitarist, componist en zanger van blues-, rock- en popmuziek. Clapton werd geboren als zoon van de zestienjarige Patricia Molly Clapton en de 25-jarige Canadese militair Edward Walter Fryer, die in Engeland was gelegerd. Fryer keerde nog voor Claptons geboorte terug naar zijn echtgenote in Canada. Omdat zijn moeder nog erg jong was, werd Clapton opgevoed door zijn grootmoeder Rose en haar echtgenoot Jack Clapp, die de stiefvader was van Claptons moeder. Zijn moeder, die doorging voor zijn zuster, trouwde met de Canadese militair Frank McDonald en volgde haar echtgenoot naar Duitsland en later naar Canada. Onterecht wordt soms gesteld dat Eric de achternaam Clapp heeft, van zijn grootvader. Eric kreeg bij zijn geboorte de achternaam van zijn moeder, Clapton. Uiteraard zorgde dat bij hem in zijn jeugd voor verwarring: hem werd aanvankelijk verteld dat zijn moeder zijn zus was. "Ricky", zoals Clapton door zijn grootouders genoemd werd, was een stil kind met kunstzinnige aanleg en een goed verstand. Op negenjarige leeftijd ontdekte hij de waarheid omtrent zijn afstamming. Hij trok zich nog meer terug in zichzelf en begon zijn schoolwerk te verwaarlozen. Toen Clapton eind jaren 50 met de opkomende rock-'n-roll in aanraking kwam, was hij meteen enthousiast. Voor zijn dertiende verjaardag vroeg en kreeg hij een gitaar. Hij ging op zoek naar de oorsprong van de rock-'n-roll en kwam bij de blues terecht. Eenmaal van school begon hij te werken in de bouwsector, samen met zijn grootvader. Zijn allereerste muzikale invloeden waren Big Bill Broonzy en Robert Johnson, wiens muziek weleens werd gedraaid tijdens kinderradioprogramma's. Later leerde hij de muziek van B.B. King en andere elektrische gitaristen kennen.
Zijn eerste elektrische gitaar kochten zijn grootouders op afbetaling. Deze is zichtbaar op foto's van de Roosters. Clapton ruilde hem al in voor een Fender Telecaster voordat de afbetaling voldaan was. Begin 1963 speelde hij mee in de bluesband The Roosters. Na de opheffing van deze band speelde hij een maand in de groep Casey Jones and The Engineers. In oktober werd hij opgenomen in The Yardbirds, waarvan hij 18 maanden lid zou blijven. Deze band was een kweekvijver van goede gitaristen; na Clapton kwamen nog Jimmy Page en Jeff Beck. De groep verwierf faam door zijn bluesgetinte rock. Clapton verwierf de bijnaam Slowhand. Deze bijnaam kreeg hij omdat hij door zijn stijl van spelen regelmatig snaren brak (en soms gewoon bleef doorspelen) en deze dan ter plekke verving, terwijl het publiek hem begeleidde met traag handgeklap. De beide platen die hij met de Yardbirds uitbracht hadden veel succes. Desondanks verliet hij de Yardbirds in 1965, omdat hij vond dat de groep te veel op de commerciële poptoer ging. Van april 1965 tot midden 1966 maakte hij deel uit van John Mayall's Bluesbreakers. In deze periode kwam zijn talent definitief tot ontplooiing. Hoogtepunt was de lp Bluesbreakers With Eric Clapton, inmiddels een echte klassieker. Midden 1966 richtte hij samen met bassist Jack Bruce en drummer Ginger Baker het "powertrio" Cream op. Met deze groep vestigde hij zijn reputatie als een van de invloedrijkste van de rockgitaristen. Door het uitbrengen van drie opeenvolgende sterke lp's en door energieke en uitgebreide tournees, verwierf Cream een internationale reputatie, die amper onderdeed voor die van The Beatles en The Rolling Stones. De optredens van de band kenmerkten zich door veel improvisatie, waarbij alle drie de bandleden hun muzikale talenten ten volle konden uiten. De karakters van de drie leden waren echter zo sterk dat ze voortdurend met elkaar botsten, waardoor de band geen lang leven beschoren was. Hoewel de band slechts twee jaar bestond, wordt hij toch beschouwd als een van de voornaamste van die periode, zo niet van de popgeschiedenis. Toen in 1968 het album Music from Big Pink van The Band verscheen, was hij zo onder de indruk van het onopgesmukte, ambachtelijke muziek maken van deze Canadees-Amerikaanse groep, dat hij besloot muzikaal een andere richting in te slaan. Begin 1969 richtte Clapton met Steve Winwood, Rick Grech en Ginger Baker een "supergroep" op: Blind Faith. Na slechts één lp en één Amerikaanse tournee viel ook deze band uit elkaar.
Een tijd lang trad Clapton samen met George Harrison op als gastmuzikant met Delaney & Bonnie (ontstaan uit Mad Dogs and Englishmen van Cocker en Russell), die het voorprogramma van de tournee van Blind Faith hebben verzorgd. In de zomer van 1970 leidde dit tot de oprichting van Derek and the Dominos, aanvankelijk met Dave Mason. Zoals later ook vaak het geval was nam hij de beste musici mee. Ook deze band hield het niet lang uit: na één lp en een Amerikaanse tournee was het opnieuw gedaan. Dit leverde echter wel de klassieke dubbel-lp Layla and Other Assorted Love Songs en de dubbele live-lp In Concert op. Layla wordt nog steeds gezien als een van de hoogtepunten in de populaire muziek, mede door het feit dat hierin duidelijk de pijn van Clapton is te voelen die hij heeft vanwege de onbeantwoorde liefde voor Pattie Boyd, de vrouw van zijn vriend George Harrison. Door de combinatie daarvan met getalenteerde en gedreven muzikanten ontstond een echte klassieker. Onder andere de inbreng van gitarist Duane Allman bracht het geheel op een hoog niveau. Ondanks zijn professionele successen ging het Clapton in deze periode privé niet voor de wind. De druk van zijn carrière, zijn (voorlopig) onbeantwoorde gevoelens voor Pattie Boyd en zijn verslaving aan heroïne maakten dat hij van de scene verdween. Na een onderbreking van drie jaar wist hij met de hulp van Pete Townshend (The Who) van zijn verslaving af te komen. Hij kreeg een rol in de verfilming van Townshends rockopera Tommy en begon weer platen op te nemen. Zijn stijl onderging echter een verandering. De nadruk lag meer op de songs en minder op de individuele kwaliteiten van de muzikant. Dit werd hem door veel van zijn vroegere fans en sommige critici niet in dank afgenomen. Een belangrijke oorzaak is dat Clapton door een aantal bandleden uit het Amerikaanse Tulsa in aanraking kwam met muziek van J.J. Cale, die vanaf dat moment een enorme invloed zou hebben op de sound en het repertoire van Clapton. Clapton werd geraakt door de ingetogenheid van Cale en zijn composities. Op het concert in augustus 1976 in Birmingham schrokken veel fans van Claptons verbale steunbetuiging aan de politicus Enoch Powell. Aan het einde van de jaren 70 kreeg hij vervolgens opnieuw te maken met een verslaving, ditmaal aan alcohol, waardoor hij in 1981 zelfs in het ziekenhuis belandde met een maagzweer 'zo groot als een mandarijn'. Ondertussen trouwde hij in 1978 met Pattie Boyd, die inmiddels van Harrison was gescheiden. Meer...
De jaren 80
Gedurende de jaren 80 bleef hij met groot succes albums uitbrengen, alhoewel hij nooit meer de immense populariteit bereikte van de jaren 60 en 70. In 1985 trad hij op tijdens Live Aid, in Philadelphia. Zijn optreden vormde een van de hoogtepunten van het Amerikaanse gedeelte van Live Aid. In 1988 speelde hij mee met Dire Straits tijdens het Nelson Mandela 70th Birthday Tribute Concert. Tevens liet Clapton zich in de jaren 80, samen met vele andere artiesten, vaak zien tijdens concerten voor The Prince's Trust, een stichting van de Britse koning en toenmalige prins Charles. In 1987 werd hij lid van de Anonieme Alcoholisten, en sindsdien lijkt zijn alcoholverslaving onder controle. Tijdens de opnamen van het album Behind the sun in 1985 leerde hij Yvonne Khan Kelly kennen, met wie hij een verhouding én een kind kreeg: zijn oudste dochter Ruth (1985). Clapton verliet Pattie Boyd, en in 1988 scheidden zij. De verhouding met Kelly duurde echter niet lang, en Clapton had een losse relatie met Italiaans model Lory Del Santo. Uit deze verhouding werd in 1986 een zoon, Conor, geboren.
De jaren 90
Begin jaren 90 beleefde Eric Clapton weer een aantal persoonlijke drama's. Bij een helikopterongeval in augustus 1990 kwamen een goede vriend en een aantal crewmembers om het leven: gitarist Stevie Ray Vaughan, zijn Amerikaanse manager Bobby Brooks, assistent-tourmanager Colin Smythe en bodyguard Nigel Browne. Clapton zelf zat in een andere helikopter omdat hij met Vaughan van plaats gewisseld had om nog een optreden van een andere artiest op die avond te zien. Vaughan en Clapton hadden opgetreden in East Troy in Wisconsin, VS. Op 20 maart 1991 viel zijn vierjarige zoontje Conor uit een raam op de 53ste verdieping van een wolkenkrabber, waar hij samen met zijn moeder woonde, in Manhattan, New York. Conor overleefde dit niet. Clapton drukte het vele verdriet dat hij hierover had uit in het nummer "Tears in Heaven", waarmee hij in 1992 een Grammy Award won. Met de verschijning van het album From the Cradle in 1994 boorde Clapton weer zijn oude bronnen aan. De traditionele blues ging weer een prominente rol spelen in zijn muziek, getuige Blues (1999), en Riding with the King (2000). In 1997 richtte hij op het eiland Antigua het Crossroads Centre op, een internationaal afkickcentrum voor alcohol-, drugs- en andere verslavingen.
2000 - nu
In januari 2002 trouwde hij met Melia McEnery in dezelfde kerk waar hij elf jaar eerder afscheid had genomen van zijn zoon. Het echtpaar kreeg drie dochters. Eind november 2002 had Clapton een hoofdrol bij de organisatie van het 'Concert For George' in de Royal Albert Hall in Londen. Het concert was ter ere en herdenking van de in november 2001 overleden George Harrison. Clapton bracht vele muzikale vrienden van Harrison bijeen, zoals Paul McCartney, Ringo Starr, Tom Petty, Jeff Lynne, Ravi Shankar, Billy Preston, Jim Keltner, Klaus Voormann, Harrison's zoon Dhani, de leden van Monty Python en vele anderen. In 2004 verleende Clapton zijn medewerking aan de nieuwe cd van zijn oude vriend Rod Stewart, genaamd Stardust. In 2005 kwam Eric Clapton met nieuw werk naar buiten op het album Back Home. In hetzelfde jaar bracht Clapton samen met Jack Bruce en Ginger Baker Cream weer bijeen voor een reeks optredens in de Royal Albert Hall en in Madison Square Garden. Begin 2006 begon Clapton met een wereldtournee. Op 3 november 2006 kwam een duetalbum van Eric Clapton en J.J. Cale uit, genaamd The Road to Escondido, met medewerking van o.a. Billy Preston, Doyle Bramhall II, Albert Lee, Nathan East, Derek Trucks en de vertrouwde band van J.J. Cale. Op 28 juli 2007 werd voor de tweede keer het Crossroads Guitar Festival gehouden in Chicago voor Claptons Crossroads Antigua Foundation. Vele artiesten verleenden belangeloos hun medewerking, zoals Eric Clapton (organisator), B.B. King, John Mayall, Albert Lee, Jeff Beck, Sheryl Crow en Buddy Guy. In september 2007 kwam het album Complete Clapton uit, met 36 hits uit zijn gehele carrière van 1968 tot 2006, plus een boek over zijn leven, onder dezelfde titel. Op de dvd van Jeff Beck "Performing this week...live at Ronnie Scott's" uit 2008 (vijf concerten op rij in november 2007) speelt Clapton in de toegift "Little Brown Bird" van Muddy Waters en "You Need Love" van Willie Dixon, in de Engelse jazzclub van Ronnie Scott in Soho (Londen). In 2016 dook Eric Clapton weer de studio in om z'n nieuwe album I Still Do op te nemen. Ook speelt hij mee op twee nummers van het eveneens in 2016 verschenen album Blue & Lonesome van The Rolling Stones. Vlak na het uitbrengen van I Still Do maakte Clapton bekend aan een afwijking in het zenuwstelsel te lijden. Hierdoor werd gitaar spelen lastiger en soms pijnlijk voor hem. Clapton gaf aan te lijden aan schokjes van het bovenbeen naar de voeten. In 2021 kwam Clapton vooral in het nieuws omdat hij boos was over de coronamaatregelen die het optreden onmogelijk maakten. Ook nam hij de stelling in dat hij niet zou optreden op plaatsen waar alleen gevaccineerden naar binnen mogen. Samen met Van Morrison nam hij een protestsong op. Ook was hij twee keer enkele weken ziek geweest van het AstraZeneca-vaccin en bang geweest nooit meer gitaar te kunnen spelen.
Gitaren
Een aantal van de gitaren die Clapton in zijn carrière bespeelde worden vaak als rock-iconen omschreven.
Beano Burst
Door het geluid van zijn Gibson Les Paul Sunburst uit 1959 of 1960 die hij bij John Mayall’s Blues Breakers gebruikte werd de in 1961 uit productie genomen Les Paul vrij plotseling een populair instrument. Clapton kocht deze gitaar die later de bijnaam Beano Burst kreeg in 1965. Hij verwijderde de elementkapjes van de PAF-humbuckers voor een krachtiger en opener klank. In 1966 werd het instrument gestolen en is sindsdien vermist hoewel Joe Bonamassa in 2016 beweerde hem in een privéverzameling van een niet bij naam genoemd persoon te hebben gezien. Het serienummer is niet bekend en er zijn geen gedaitaileerde foto’s van het instrument bekend waarmee het moeilijk valt aan te tonen of het de gitaar is, mocht deze opduiken. Clapton heeft naar eigen zeggen nooit meer zo’n goede Les Paul bespeelt. Mede daardoor besloot hij geen Les Paul meer als hoofdgitaar te nemen.
The Fool
Bij Cream speelde hij op meerdere gitaren. De door kunstcollectief The Fool beschilderde Gibson SG werd de beroemdste. Deze gitaar is later eigendom van onder meer George Harrison, Jackie Lomax en Todd Rundgren geweest. Rundgren verkocht hem in 2000 voor 150.000 dollar aan Eric Claptons Crossroad Center die hem vervolgens voor 500.000 dollar aan een verzamelaar verkocht. Het instrument, dat nog altijd in een goede staat verkeert, wordt zo nu en dan tentoongesteld.
Lucy
Lucy is een kersenrode Les Paul uit 1957 die eerder eigendom was geweest van John Sebastian en Rick Derringer. Die laatste heeft de originele goudkleurige laklaag van de top in 1966 in de fabriek van Gibson door transparant kersenrood, een kleur die normaliter voor Gibson SG’s wordt gebruikt laten vervangen. Omdat Derringer de kleur niet mooi vond verkocht hij hem aan een muziekwinkel in New York waar Clapton hem twee dagen later kocht. Clapton gebruikte hem echter nauwelijks en gaf hem in 1968 aan George Harrison die de gitaar Lucy noemde. Clapton kreeg de gitaar terug van Harrison nadat hij later dat jaar de gitaarsolo van While My Guitar Gently Weeps ermee had ingespeeld. Harrison heeft de gitaar daarna van Clapton in bruikleen gehad. Het instrument is ook te horen op Ain’t That Cute van Doris Troy. George Harrison produceerde die opname, maar Peter Frampton speelde de leadpartij op Lucy. Clapton bespeelde het instrument tijdens het tweede Rainbow Concert, zijn comebackshow na zijn heroïneverslaving. De gitaar werd datzelfde jaar, in 1973, uit Harrisons huis ontvreemd. Door tussenkomst van een bevriende verzamelaar kon Harrison de gitaar opsporen en terug krijgen van de heler, die in Mexico verbleef, in ruil voor enkele andere instrumenten.
Brownie en Blackie
Brownie is een Stratocaster die Clapton uit onderdelen van verschillende Fender stratocasters had samengesteld. De hals van Brownie had hij ten tijde van Blind Faith op een Fender Customshop Telecaster geschroefd die toen zijn hoofd gitaar was. Brownie was Claptons hoofdgitaar bij Derek and the Dominoes. In die periode stelde hij nog een Stratocaster samen die Blackie wordt genoemd. Het podiumdebuut van deze gitaar was tijdens het eerste Rainbowconcert. Dit instrument werd voor de rest van de jaren 1970 en eerste helft van de jaren 1980 Claptons hoofdgitaar. Brownie was toen zijn back-up instrument. Op 24 juni 1999 werd Brownie geveild voor een bedrag van 497.500 Amerikaanse Dollar. Op dat moment het hoogste bedrag dat ooit voor een gitaar was neergelegd. Dat record zou slechts enkele jaren blijven staan. Op 24 juni 2004 werd Blackie voor 959.500 Amerikaanse Dollar geveild. Dat was op dat moment al geen record bedrag meer. In 2021 staat Blackie positie 9 in de top van duurste gitaren ooit. In deze periode bezat Clapton nog een derde Stratocaster. Een zeldzaam hardtail-model uit 1954. Deze gebruikte hij vooral slidespel. In 2020 kwam dat instrument in het nieuws omdat de huidige eigenaar hem ter veiling aanbood met een startbedrag van één miljoen dollar. Dat bleek niemand er voor over te hebben en de gitaar werd niet verkocht.
Fender Eric Clapton Signature Stratocaster
Midden jaren 1980 ontwikkelde Fender met Clapton de eerste signatuurgitaar van Fender. Hij gebruikte twee prototypes hiervan vanaf 1986 en in 1988 kwam de Clapton Strat op de markt. Deze stratocasters waren uitgevoerd met een esdoornhals met een licht V-profiel, Gold Lace Sensors als elementen en een actief mid-boost systeem waarmee hij zijn versterker in de oversturing duwt. In 2001 verving Fender de Lace Sensors op de Claptonstrat door hun eigen Noissless elementen. Ook gitaristen als Pete Townshend en The Edge zijn regelmatig met een Claptonstrat op het podium gezien. De Claptonstrat was ook het uitgangspunt bij het ontwerpen van signatuurmodellen voor Buddy Guy en Pete Townshend. Voor verschillende tournees liet Clapton een Claptonstrat beschilderen die dan naderhand werd geveild.
Andere gitaren
Door de jaren heen heeft Clapton een flink aantal andere gitaren bespeeld. Zo was hij tijdens het afscheidsconcert van Cream tezien met een Gibson Firebird. Midden jaren 1970 speelde Clapton soms op een korina Gibson Explorer waarvan de achterste punt door een eerdere eigenaar was ingekort. Ook was hij te zien en horen met onder meer zijn Gibson ES-335, een Gibson Super 400-CES, een Gibson L5 en een Gibson ES-225. Tijdens het MTV Unplugged-concert speelde hij op Martin 000- en OM-stijl gitaren, maar ook op op een nijlonsnarigegitaar en een resonatorgitaar. Ook heeft fabrikant Martin een akoestische Eric Clapton-signatuurgitaar, de 00028EC uitgebracht. Sinds 1999 heeft Clapton zijn beroemdste instrumenten geveild om geld op te halen voor de door hem opgerichte afkickkliniek Crossroads Centre op Antigua. De customshops van Fender en Gibson zouden in de jaren 2010 een aantal zo exact mogelijk nagemaakte kopieën maken van Claptons Brownie, Blackie, de Custom Telecaster en Lucy inclusief de gebruiksschade.
Versterkers
Clapton was een van de eerste gitaristen die bewust overstuurde versterkers gebruikten. Dit deed hij bij John Mayall's Bluesbreakers voor het eerst met een Marshall 1962; een ongeveer 30 watt combo-uitvoering van de Marshall JTM-45 die met twee Celestion Greenback-luidsprekers was uitgevoerd. De versterker was ontworpen naar specificaties van Clapton; hij wilde een JTM-45 die in de kofferbak van zijn auto paste. Ten tijde van Cream speelde Clapton op Marshall JTM100-stacks (ook bekend als 1959 of Super 100) die ook door andere rockgitaristen als Jimi Hendrix en Pete Townshend in die tijd werden gebruikt. Een probleem wat Clapton ervoer met Marshall-versterkers was dat ze allemaal net anders klonken. Ten tijde van Blind Faith ontdekte Clapton dat de Tweed Fender Twins van rond 1957 hem aanstonden en vrijwel allemaal hetzelfde klonken. Deze heeft hij gedurende zijn verdere carrière veel maar niet altijd gebruikt. Midden jaren 1970 was hij te zien met Musicman versterkers op het podium. Ook gebruikt hij meerdere versterkers van de hand van Alexander Dumble. Fender bracht in 2011 een serie signature tweed-versterkers naar Clapton’s specificaties op de markt. Het zijn versies van de Champ (EC Vibro-Champ), de Deluxe (EC Tremolux) en de Twin (EC Twinolux).

website
HvD home